In 1967 en 1968 was Escher zo’n half jaar bezig met het ontwerpen en uitvoeren van de drie extra meters voor wat uiteindelijk Metamorphose III (1967-1968) zou worden. Zo groeide het project uit van de eerste variant van de prent die Escher maakte in 1937, tot de sterk vergrote vorm die meer dan dertig jaar later een volledige wand in de monumentale hal zou beslaan.
Voor de realisatie van de grootschalige muurschildering werd de jonge schildersleerling uit Katwijk, Huug Vooys, gekozen. Eisema’s schilderblad schonk veel aandacht aan deze opdracht, gezien de grote verantwoordelijkheid die de leerling bij dit project kreeg: “de kans van zijn leven.”** Aanvankelijk werd de opdracht door het betrokken schildersbedrijf terughoudend ontvangen, vanwege de uitzonderlijke aard en schaal van het project. Escher hechtte echter groot belang aan een nauwgezette en neutrale uitvoering van zijn ontwerp en wilde voorkomen dat een autonoom kunstenaar een persoonlijke interpretatie aan het werk zou toevoegen. De opdracht vereiste geen artistieke herinterpretatie, maar een technisch precieze vertaling van een bestaand beeldconcept naar een monumentale schaal. Toen het duidelijk werd dat het hier ging om een strikt uitvoerende rol, werd besloten de opdracht toch te aanvaarden. Escher had als voorwaarde dat het werk door één vaste medewerker werd uitgevoerd, om consistentie in handschrift en afwerking te waarborgen. Zo kreeg Vooys de kans om, nog tijdens zijn opleiding, een werk van uitzonderlijke omvang en zichtbaarheid te realiseren. Vooys was in dienst bij schildersbedrijf Hoval uit Valkenburg en had zich daar al onderscheiden. Hij voldeed aan het gewenste profiel.