Escher stelt voor om het tableau op zijn prent Lucht en water I te baseren, waarin vissen geleidelijk in vogels veranderen. Het ruitvormige ontwerp voegt beweging toe aan de rechte vormen van de moderne villa en Eschers vlakvullingen lenen zich goed voor een tegelpatroon. Al snel wordt de Delftse aardewerkfabriek De Porceleyne Fles (nu: Royal Delft) erbij betrokken, waar de tegels gemaakt worden. Hier werkt Escher vaker mee samen, onder andere voor betegelde zuilen voor de Johanna Westermanschool (nu: Maris College) te Den Haag en later ook voor het Baarnsch Lyceum.
Na een maandenlang proces wordt het tableau in het voorjaar van 1960 opgeleverd. De heer en mevrouw Vroom, Lau Peters (de architect van de villa) en M.C. Escher zijn bij de onthulling aanwezig. Het grote tegeltableau aan de Dirk Schäferstraat is ook nu nog steeds te zien.
Onbekende tekeningen
De kern van de schenking wordt gevormd door twee onbekende tekeningen, die een bijzonder licht schijnen op het ontwerpproces. Een van de ontwerptekeningen toont de zoektocht naar het juiste ontwerp voor op de gevel. Escher heeft twee varianten bedacht, namelijk een horizontaal en een verticaal ontwerp. Hij maakt een tekening van de façade en bedekt het horizontale ontwerp met een omklapbaar stukje papier met daarop de verticale variant. Zo waren de twee ontwerpen eenvoudig met elkaar te vergelijken en kon de opdrachtgever gemakkelijker kiezen. De uitvoerige briefwisseling uit de schenking tussen Escher, Vroom, De Porceleyne Fles en architect Lau Peters legt de spanningen rondom deze belangrijke keuze bloot. Er wordt lang gediscussieerd tussen de betrokken partijen welk ontwerp het moet worden. De architect wil graag het verticale ontwerp, om de hoogte van het gebouw te accentueren, maar Vroom en Escher houden voet bij stuk. Uiteindelijk valt zo toch de keuze op het horizontale ruitvormige ontwerp.