1898
Op 17 juni 1898 wordt Maurits Cornelis Escher geboren in Leeuwarden. Hij is de derde zoon uit het tweede huwelijk van George Arnold Escher met Sara Gleichman. Uit een eerder huwelijk kreeg vader G.A. Escher al twee zonen.
1903
Vader Escher wordt benoemd tot hoofdingenieur-directeur van Rijkswaterstaat in Arnhem en het gezin verhuist naar de Gelderse hoofdstad.
1905
Escher heeft een prettige jeugd, ondanks de vele ziektes waar hij last van heeft. Om aan te sterken gaat hij op zevenjarige leeftijd voor een langere periode naar een soort jongerenrevalidatiecentrum in Zandvoort.
1912 -1918
Escher gaat naar de Lorentz-HBS in Arnhem. Hij is linkshandig en zeer intelligent, maar een buitenbeentje. Hij is geen gelukkige leerling en haalt zijn eindexamen niet. Wel ontmoet hij er zijn levenslange vrienden: Roosje Ingen Housz, Conny Umbgrove, Bas Kist, Jan van der Does de Willebois en diens zuster Fiet. Met Conny, Bas en Roosje vormt hij een strijkkwartet. Hijzelf speelt cello.
1913
Escher krijgt zijn eerste camera, het begin van fotografie als een belangrijke hobby. Gedurende zijn leven zal hij momenten en plaatsen van belang blijven vastleggen, ook ter inspiratie voor zijn werk.
1916
Escher maakt zijn eerste grafische werk, een linoleumsnede van zijn vader G.A. Escher. Escher heeft een sterke band met zijn vader en hij lijkt ook erg op hem. Hij maakt relatief weinig portretten in zijn leven, maar zijn vader is een paar keer zijn model.
1917
Verhuizing naar Oosterbeek. In januari maakt Maurits zijn eerste ets: Spoorbrug over de Rijn bij Oosterbeek.
1918
Escher studeert bouwkunde aan de Technische Hogeschool te Delft. Hij is er niet op zijn plek en mede door ziekte haalt hij zijn examens niet.
1919 – 1922
Opleiding tot graficus aan School voor Bouwkunde, Versierende Kunsten en Kunstambachten te Haarlem. Hij begint met de studie bouwkunde, maar al na korte tijd stapt hij over op grafiek, gestimuleerd door zijn leraar Samuel Jessurun de Mesquita.
1919
Escher maakt zijn eerste houtsneden. Grote blokken zijn te duur, dus hij maakt alleen nog klein werk.
1921
In het voorjaar maakt Escher een rondreis langs de Franse Rivièra en Noord-Italië. Het is het begin van een levenslange voorliefde voor Italië. In november is de publicatie van Flor de Pascua, het eerste boek met illustraties van Escher. In de houtsneden komen de thema’s al naar voren die later belangrijk zullen worden in Eschers werk, zoals natuur, perspectief, reflecties en vlakverdelingen.
1922
Van 5 april tot 12 juni maakt hij een rondreis door Noord-Italië. Van 13 tot 20 september reist hij per vrachtschip naar Tarragona. Daarna volgt een rondreis door Spanje, gaat hij per vrachtschip door naar Italië en vanaf half november verblijft Escher in Siena. Hij maakt tijdens deze reis voor het eerst kennis met de mozaïeken van het Alhambra in Granada. Vlak daarvoor maakt hij al zijn eerste vlakverdeling: Acht koppen.
1923
Vanaf 14 maart verblijft Escher in Ravello. Op 31 maart ontmoet hij in zijn pension Jetta Umiker en haar familie. Escher en Jetta worden al snel verliefd. In Siena heeft Escher tussen 13 en 26 augustus zijn eerste solotentoonstelling. Vanaf november is hij in Rome.
1924
In februari is Eschers eerste tentoonstelling in Nederland. Op 12 juni trouwen Maurits en Jetta in Viareggio in Italië. In oktober van dit jaar kopen ze hun eerste huis in Rome. Het huis is nog niet bewoonbaar, tot die tijd wonen ze in een pension in Frascati.
1925
Omdat het huis in Rome bij oplevering in maart nog veel te vochtig is, laten Maurits en Jetta de woning de hele zomer drogen. Ze verblijven die maanden in de Albergo del Toro in Ravello, de plek waar ze elkaar hebben leren kennen. Begin oktober verhuizen ze eindelijk naar hun nieuwe huis in Rome. Halverwege oktober komt Eschers broer Arnold om het leven tijdens een bergtocht in Tirol. In december begint Escher aan een serie van zes houtsneden over de scheppingsdagen, die later zeer populair zal worden.
1926 – 1935
De bekendheid van Escher groeit. Met name in Nederland wordt hij vaker gevraagd voor exposities. De internationale kunsthandel krijgt interesse in zijn werk.
1926
Van 2 tot 16 mei is er een veel aandacht trekkende tentoonstelling met Eschers werk in Rome. In juni koopt het paar een ander huis in Rome in verband met de gezinsuitbreiding, maar dit is niet direct bewoonbaar. Op 23 juli wordt hun eerste zoon geboren: George Escher. Escher verkoopt in dit jaar zijn eerste werken (9) voor in totaal 330 gulden.
1927 – 1935
Vrijwel jaarlijks, meestal in het voorjaar, maakt Escher trektochten door onherbergzame streken. Tijdens deze tochten maakt hij schetsen die hij later gebruikt voor zijn werk. Ook maakt hij veel foto’s en schrijft hij in reisdagboeken.
1927
In verband met de gezinsuitbreiding verhuist de familie Escher naar een groter huis in Rome, dichtbij hun vorige huis. Voor het eerst heeft Escher een eigen atelier.
1928
In februari maakt Escher Toren van Babel. Op 8 december wordt hun tweede zoon geboren: Arthur Escher.
1929
Escher experimenteert met een nieuwe techniek: het wegkrassen van inkt op perkamentachtig papier. Als gevolg van deze experimenten gaat hij zich richten op de lithografie. In juli maakt hij zijn eerste Italiaanse prent als litho: Goriano Sicoli. Het prepareren van de lithosteen doet hij zelf, het drukken besteedt hij uit.
1931
Publicatie van het artikel M.C. Escher – grafisch kunstenaar, in “Elsevier’s Geïllustreerd Maandschrift” waarin de gerenommeerde kunsthistoricus G.J. Hoogewerff zijn waardering uitspreekt voor het werk van Escher. In het najaar maakt Escher zijn eerste houtgravure.
1932
In de zomer verschijnt het boek XXIV Emblemata dat zijn zinne-beelden met houtsneden van Escher. De kunsthistoricus G.J. Hoogewerff stimuleerde Escher een jaar eerder emblemata te maken, zoals ook de oude meesters dat deden. Een embleem is eigenlijk een plaatje met een praatje: een afbeelding met een motto en en een gedicht. De lezer moest deze drie combineren om de bedoeling van het embleem te doorgronden.
1933
In het najaar verschijnt het boek De vreeselijke avonturen van Scholastica met houtsneden van Escher. Na Flor de Pascua en Emblemata is dit het derde boek waarvoor Escher als illustrator optreedt. Het is ook de laatste keer, hij concentreert zich voortaan op het afbeelden van zijn eigen gedachten.
1934
Escher werkt in het voorjaar aan een serie over Rome bij nacht. Hij experimenteert in zijn schetsen met arceringstechnieken om licht-donkereffecten te bereiken en zet zijn schetsen vervolgens om in houtsneden. De litho Nonza, Corsica wint een derde prijs op een tentoonstelling in Chicago. Van 12 tot 22 december is er een tentoonstelling in het Nederlands Historisch Instituut te Rome.
1935
In januari maakt Escher zijn bekende zelfportret Hand met spiegelende bol. De zorg om de gezondheid van de kinderen en het aanzwellen van het fascistische politieke klimaat doen de Eschers besluiten te verhuizen van Italië naar Zwitserland.
1936
Tussen 27 april en 25 juni maakt Escher een zeereis naar Spanje langs de Italiaanse en Franse kust. Hij maakt een uitvoerige studie van de Spaans-Islamitische mozaïeken in het Alhambra (Granada) en de Mezquita (Córdoba). Dit zette hem aan tot het verder experimenteren met vlakverdelingen.
1937
Escher is niet gelukkig in Zwitserland. In augustus verhuist het gezin naar Ukkel in de buurt van Brussel. In dit jaar maakt Escher zijn eerste Metamorphose. Eschers halfbroer Berend, hoogleraar geologie en kristallografie aan de Universiteit Leiden, ziet Eschers vlakverdelingen en hij voorziet Escher van publicaties op het gebied van kristallografie. Escher laat zich hierdoor inspireren voor zijn vlakverdelingen, maar creëert uiteindelijk zijn eigen systeem.
1938
Escher maakt Dag en nacht. Deze houtsnede wordt immens populair, hij zal hem gedurende zijn leven meer dan 600 keer herdrukken. Op 6 maart is de geboorte van derde zoon Jan Christoffel Escher. In juni maakt hij Lucht en Water I, de pers roemt hem om zijn nieuwe stijl.
1939
In het voorjaar en de zomer maakt hij een serie houtsneden over Delft, een opdracht van de Staat der Nederlanden. Op 14 juni overlijdt Eschers vader. In november begint Escher aan de vier meter lange houtsnede Metamorphose II, waarin een reeks vlakvullingen via metamorfosen een beeldverhaal vormen. Hij is er tot maart 1940 mee bezig.
1939-1945
Tijdens de Tweede Wereldoorlog zakt de productie van nieuwe prenten flink in bij Escher. Het ontbreekt hem aan inspiratie en hij heeft wel wat anders aan zijn hoofd. Dat wil niet zeggen dat hij helemaal niets creatiefs meer doet. Juist in de oorlogstijd werpt hij zich op zijn vlakvullingsschriften, waarin hij steeds nieuwe varianten bedenkt voor het vullen van het vlak met regelmatige patronen. Tussen het uitbreken van WO II in 1939 en de Nederlandse bevrijding in mei 1945 maakt hij zo’n 35 nieuwe tekeningen.
1940
Escher snijdt een beukenhouten bol met vissen in motief. Op 27 mei overlijdt Sara Gleichman, Eschers moeder.
1941
Op 20 februari verhuist het gezin Escher naar Nederland. Ze huren de helft van een huis aan de Nicolaas Beetslaan in Baarn. In September begint Escher aan de houtsnede Vissen, het eerste werk dat hij maakt in Baarn. In Duitsland was in 1933 de Reichskulturkammer opgericht en in november 1941 volgt de Nederlandse variant. Elke kunstenaar die wil exposeren, publiceren of musiceren moet er lid van zijn. Joden zijn uitgesloten. Wie lid wordt, verklaart zich formeel akkoord met de politiek van de bezetter. Kunstenaars krijgen een aanmeldingsformulier en een ariërverklaring toegestuurd, die zij moeten invullen en retourneren. Hoewel er vooraf weerstand is geweest, kiezen verreweg de meeste kunstenaars eieren voor hun geld. Bewust weigert Escher zich aan te melden.
1943
Dit jaar maakt Escher twee belangrijke litho’s: Reptielen in maart en Ontmoeting in mei. Het zijn prenten waarin hij op ingenieuze wijze de tweedimensionaliteit van de vlakverdeling mengt met een driedimensionale voorstelling.
1944
Op 31 januari wordt Eschers oud-leermeester Samuel Jessurun de Mesquita weggevoerd door de bezetter om nooit meer terug te keren. Zijn overlijden grijpt Escher erg aan. Hij zorgt ervoor dat Mesquita’s grafiek en tekeningen worden ondergebracht bij het Stedelijk Museum te Amsterdam.
1945
Het einde van de oorlog werkt voor Escher persoonlijk en ook als kunstenaar bevrijdend. In de tweede helft van dat jaar maakt hij Balkon, Dorische Zuilen, Drie Bollen I en een houtsnede voor de Tijdelijke Academie in Eindhoven. Hij is ook nog bezig met de litho Toverspiegel, die in januari 1946 af is.
1946
Escher verdiept zich voor het eerst in de techniek van de mezzotint, een voor hem nieuwe techniek die hem boeit door de grote nuancering van licht naar donker die erin te bereiken is. De techniek om de plaat ruw te maken en te drukken is echter moeizaam en tijdrovend, en er kunnen maar enkele goede afdrukken van gemaakt worden voordat de plaat te slecht wordt. Escher maakt, met tussenpozen, een aantal van deze mezzotinten, maar stopt ermee in 1951. Hij gaat ook steeds vaker voordrachten houden over eigen werk. In juli maakt hij de houtsnede Ruiter
1947
In januari maakt hij Andere wereld, gevolgd door Boven en onder in juli. Twee belangrijke prenten in zijn oeuvre, waarin hij verschillende perspectieven en standpunten in één beeld combineert.
1948
In januari maakt Escher ook de prent Tekenen. De VAEVO, een vereniging die in 1908 was opgericht om de culturele opvoeding van de jeugd te stimuleren, laat die zomer vierhonderd drukken van Boven en onder maken. Ze worden verspreid onder middelbare scholen. Later zullen er nog meer herdrukken volgen.
1951
Er verschijnen artikelen over Escher in drie belangrijke internationale tijdschriften: in februari in The Studio (Groot-Brittannië), in april in Time en in mei in Life (Verenigde Staten). De Amerikaanse artikelen zorgen voor een grote bekendheid van Escher in de Verenigde Staten.
1952
In februari maakt hij Modderplas, een kleurenhoutsnede die is geïnspireerd door zijn wandelingen in de bossen van zijn woonplaats Baarn. In deze prent gebruikt Escher de bomen uit een houtsnede die hij bijna 20 jaar eerder maakte, namelijk Pineta van Calvi, Corsica (1933).
1953
In juli maakt Escher Relativiteit, een van zijn meest iconische werken.
1954
In september is er een grote tentoonstelling in het Stedelijk Museum te Amsterdam ter gelegenheid van het Internationale Mathematische Congres. Voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog maakt Escher weer een zeereis langs de Mediterraanse kust. Hij zal dit de komende jaren in de zomermaanden blijven herhalen. In oktober en november heeft hij een tentoonstelling in de Whyte Gallery te Washington. In de VS verkoopt zijn werk goed, mede doordat Time magazine opnieuw een artikel over hem schrijft. Omdat Escher al zijn prenten zelf drukt, heeft hij weinig tijd over voor het maken van nieuw werk. Om dit te voorkomen verhoogt hij zijn prijzen. Het helpt niet, men blijft zijn werk kopen.
1955
Verhuizing naar een nieuw huis in Baarn. 1955 is een bijzonder productief jaar, hij maakt vijf nieuwe prenten waaronder Drie werelden. Op 30 april ontvangt Escher de koninklijke onderscheiding van Ridder in de Orde van Oranje Nassau.
1956
In mei maakt Escher Prentententoonstelling. Vanaf de zomer heeft hij uitvoerige briefwisselingen met Bruno Ernst, de wiskundeleraar die twintig jaar later een boek uit zou brengen over hun onderlinge contact.
1957
Dit jaar maakt hij onder andere de houtgravure en houtsnede Draaikolken, een prent die niet alleen ingenieus is vanwege het onderwerp. Hij gebruikt een nieuwe druktechniek: elk blok bedekt maar de helft van de voorstelling. De andere helft wordt gedrukt door het blok 180 graden te draaien.
1958
In februari verschijnt Impossible Objects: A Special Type of Visual Illusion, door Lionel en Roger Penrose in The British Journal of Psychology. Geïnspireerd door Escher maken en analyseren zij visuele illusies. Een jaar na publicatie krijgt Escher het artikel onder ogen en er ontstaat een kruisbestuiving in dienst van deze illusies. Bij de Stichting De Roos verschijnt Eschers boek Regelmatige vlakverdeling. Ook maakt hij dit jaar zijn beroemde litho Belvédère.
1959
Half november verschijnt het boek Grafiek en tekeningen M.C. Escher, waarin Escher hoogtepunten uit zijn werk beschrijft. Op 14 november opent zijn tentoonstelling in Boijmans van Beuningen. Hij maakt dat jaar ook de tweede en de derde uit zijn serie cirkellimieten.
1960 – 1971
Eschers populariteit en het aantal buitenlandse opdrachtgevers stijgt sterk. Zijn inkomsten stijgen van 26.255 gulden naar 507.816 gulden op jaarbasis.
1960
In maart maakt Escher Klimmen en dalen, een direct resultaat van zijn contacten met vader en zoon Penrose. Tijdens het Internationaal Kristallografisch Congres in Cambridge (Verenigd Koninkrijk) geeft hij een lezing en is er een tentoonstelling met zijn werk. Van 29 augustus tot 14 oktober maakt hij een zeereis van Genua naar Vancouver. Eind oktober brengt Escher een bezoek aan Cambridge, Massachusetts (Verenigde Staten) voor een lezing aan het MIT.
1961
Op 29 juli verschijnt het artikel How to read a painting van E.H. Gombrich in The Saturday Evening Post. Hierin beschrijft Gombrich op uitvoerige wijze Eschers prenten. Het artikel van deze gerenommeerde kunsthistoricus zorgt voor veel extra belangstelling voor Eschers werk. Dit jaar maakt hij ook zijn beroemde litho Waterval.
1962
Escher ontwerpt een vlakverdelingsversiering voor een zuil in het nieuwe gebouw van de Provinciale Waterstaat in Haarlem. Op 27 maart 1962 vindt de officiële onthulling plaats. Helaas verslechtert zijn gezondheid. Eind april volgt een ziekenhuisopname voor een spoedoperatie, daarop volgt een langdurige herstelperiode. De reis die hij had gepland door de VS en Canada en al zijn lezingen en tentoonstellingen aldaar moet hij afzeggen.
1963
De prent zit al sinds begin 1962 in Eschers hoofd, maar de arbeid aan Band van Möbius II (Rode mieren) vordert zeer langzaam. Pas in februari 1963 is de prent af. Door de enorme vraag naar herdrukken van zijn werk is hij daar vooral mee bezig en komt hij (op een klein vissenvignet na) niet toe aan nieuw werk dit jaar.
1964
Op 1 oktober gaat Escher per vliegtuig naar Canada. In Toronto wordt hij echter opnieuw in het ziekenhuis opgenomen voor een spoedoperatie. Alle opnieuw geplande lezingen en tentoonstellingen in Canada moeten worden afgezegd. Vierkantlimiet is de enige nieuwe prent die hij maakt dit jaar.
1965 – 1970
Eschers werk wordt steeds populairder onder het grote publiek. Stanley Kubrick benadert hem om mee te denken aan een vier-dimensionele film en Mick Jagger vraagt hem of een prent als albumcover voor The Rolling Stones gebruikt mag worden. Beiden worden geweigerd. Aan het eind van de jaren 60 wordt Escher behoorlijk geliefd onder de hippies. Zijn prenten worden in fluoriserende varianten op de Amerikaanse markt gebracht.
1965
Op 5 maart ontvangt Escher de Hilversumse Cultuurprijs. Begin augustus verschijnt het boek Symmetry Aspects of M.C. Escher’s Periodic Drawings door prof. dr. Carolina H. MacGillavry, vriendin van Escher en hoogleraar in de chemische kristallografie aan de Universiteit van Amsterdam. In het oktobernummer van het belangrijke maandblad Jardin des Arts verschijnt een artikel over Escher waarin hij geprezen wordt. Eerder dat jaar raakte hij bevriend met de auteur, de Franse kunstenaar en professor Albert Flocon. Die brengt hem op het idee voor zijn prent Knopen.
1966
Uitvoerig artikel over Escher in het aprilnummer van Scientific American door de Amerikaanse wetenschapsjournalist en meesterpuzzelaar Martin Gardner.
1967
Op 29 april wordt Escher benoemd tot Officier van de Orde van Oranje-Nassau. In de winter van 1967-1968 maakt hij Metamorphose III, een houtsnede die maar liefst zeven meter lang is en gesneden is uit drieëndertig houtblokken. Hij doet dit na een opdracht van de PTT, die er een wandschildering van wil maken voor het hoofdpostkantoor aan het Kerkplein in Den Haag.
1968
Het Haagse Gemeentemuseum organiseert de eerste grote overzichtstentoonstelling van Eschers werk, ter ere van zijn 70ste verjaardag. Op 20 april verscheen er in Vrij Nederland een lang interview door de befaamde journaliste Bibeb. Escher en Jetta leven vanaf eind dit jaar gescheiden. Jetta vertrekt naar Zwitserland om te wonen bij zoon Jan.
1969
Op 20 februari wordt de wandschildering van Metamorphose III (48 bij 1.60 meter) op het hoofdpostkantoor van Den Haag onthuld. In juli maakt Escher zijn laatste prent: Ringslangen.
1970
In het voorjaar wordt Escher in het ziekenhuis opgenomen voor een zware operatie. In augustus verhuist hij naar het Rosa Spier Huis te Laren. Op de wereldtentoonstelling in Osaka wordt een film over Escher vertoond, gemaakt in opdracht van het ministerie van Buitenlandse Zaken. In november gaat Time Spirit in première, een symfonie van componist Jurriaan Andriessen die is geïnspireerd op Eschers werk.
1971
Onder redactie van J.L. (Hans) Locher, hoofdconservator moderne kunst van het Gemeentemuseum (nu Kunstmuseum Den Haag), verschijnt in december De werelden van M.C. Escher, onder dezelfde titel als de overzichtstentoonstelling in 1968. Het boek is een enorm succes, zowel bij het publiek als de kunstkritiek. Tegelijkertijd met de publicatie organiseert het Gemeentemuseum een tweede grote tentoonstelling, met alle prenten die in het boek zijn opgenomen. Deze trekt opnieuw tienduizenden bezoekers.
1972
Op 27 maart overlijdt M.C. Escher op 73-jarige leeftijd in het Diaconessenhuis te Hilversum.
1976
Publicatie van De Toverspiegel van M.C. Escher door Bruno Ernst, voortgekomen uit een lange serie gesprekken tussen Escher en de wiskundeleraar Ernst over het werk van Escher.
1981
Publicatie van Leven en werk van M.C. Escher door J.L. Locher (red.), het levensverhaal van de graficus en eerste volledige catalogus van zijn werk.
1987
Op 15 maart overlijdt Jetta op 89-jarige leeftijd in Territet te Zwitserland.
1998
Publicatie van M.C. Escher. Een biografie, de eerste grote biografie over Escher, door Wim Hazeu.
2002
Opening van Escher in Het Paleis, monografisch museum over het leven en werk van M.C. Escher te Den Haag.
De Nederlandse kunstenaar Maurits Cornelis Escher (1898 – 1972) is een van de bekendste grafische kunstenaars ter wereld. Tot op de dag van vandaag fascineert hij door zijn spel met perspectief, ruimte en werkelijkheid. De hoogtepunten uit zijn oeuvre zijn te zien in Escher in Het Paleis.
Leer Maurits Cornelis Escher nog beter kennen. Artikelen door onze conservator en door andere auteurs geven een unieke blik in zijn leven en werk.
Over Maurits Escher zijn in de loop der tijd een aantal interessante documentaires en korte films verschenen. Een selectie van deze films laten we hier zien, met een korte toelichting erbij.